De Verbindingsdienst Noord werkgebied Drenthe maakt gebruik van de volgende verbindingsmiddelen:
Voor lokale netten, of bij grotere netten waarbij het gebruik van een mobilofoon niet mogelijk is (denk aan motoren) wordt gebruik gemaakt van portofoons. Er wordt gebruik gemaakt van de volgende twee modellen:
De Icom F3S en de Icom F3GS, een portofoon waar alle Rode Kruis kanalen op de VHF in zijn geprogrammeerd, niet alleen simplex maar ook relaiskanalen zijn voorgeprogrammeerd. Ook de TGN kanalen waar het Rode Kruis een machtiging voor heeft zijn voorgeprogrammeerd.
Een aantal portofoons zijn zodanig geprogrammeerd dat er een selectieve 5TVO kan worden gegeven.
Het gebruik van portofoons in auto's is niet optimaal, daarom wordt er gebruik gemaakt van mobilofoons. Deze zijn ingebouwd in een kastje waardoor ze gemakkelijk in een auto zijn te plaatsen. Met een kleefvoetantenne op het dak en de voeding vanaf de sigarettenaansteker van de auto kan er heel snel een mobilofoon in een auto worden geplaatst.
De mobilofoons zijn voorzien van dezelfde programmering als de portofoons. De mobilofoons worden vaak gebruikt als er over grotere afstanden verbindingen moeten worden gemaakt. Binnen de verbindingsdienst Drenthe zijn de Icom F110 en de Icom F1010 in gebruik.
Voor verbindingen over grotere afstanden worden vaak relaisnetten gebruikt. Een relais wordt op een hoge locatie geplaatst en fungeert als steunzender.